29 november 2019 – door Mario de Lijster, Portfolio Manager Healthcare
Dit artikel is verschenen op Emerce Health

Verlaagt slimme ICT de werkdruk? 

Hoewel menig technologie-aanbieder anders beweert, is het een utopie dat geavanceerde ICT de werkdruk verlaagt. Vooralsnog tenminste. Slimme communicatietechnologie betekent in ziekenhuizen vaak: met dezelfde (krappe) bezetting nóg meer patiënten kunnen verzorgen. 

De werkdruk wordt door de hoge verzuim- en verlooppercentages voor individuele verpleegkundigen daarom nauwelijks lager. Er is haast altijd wel een overspannen of vertrekkende collega die vervangen moet worden. Ook zie je in de praktijk – en dat is misschien nog minder goed nieuws – dat nieuwe ICT niet wordt afgestemd op de behoeften op de werkvloer, waardoor het werk juist omslachtiger wordt en de werkdruk eveneens niet daalt.

Met de afgelopen staking in gedachten, is het voor ziekenhuisbesturen wellicht een goed moment om na te denken over de volgende vraag: hoe kan informatie- en communicatietechnologie de werkdruk van de verpleegkundigen wél verlagen?

Wie draagt de last?

De meesten kunnen het zich nog wel herinneringen: de invoering van het Elektronisch Patiëntendossier (EPD). Ik denk dat iedereen zal onderschrijven dat deze opgelegde eis vanuit de overheid een goede zet was. De communicatie tussen ziekenhuizen onderling en tussen de patiënt en ziekenhuizen is immers een stuk transparanter geworden. Fijn voor de patiënt, fijn voor het ziekenhuis en ook de verzekeraar is er wellicht bij gebaat. Maar wat we vaak vergeten is dat deze invoering vaak een extra documentatielast op het bordje van de verpleegkundigen is gebleken. En dit is helaas slechts één van de vele voorbeelden waarbij de last van een nieuwe werkmethode door verpleegkundigen gedragen wordt. 

Wij zien dit in de praktijk vooral gebeuren bij de implementatie van nieuwe ICT als de zorg niet aan de basis van de verandering heeft gestaan. Zo ken ik ziekenhuizen waar verpleegkundigen de gehele dag met twee of drie verschillende devices slepen: een pieper (voor verpleegoproepen en reanimatie), een smart device (voor patiëntdata) en een telefoon (om mee te kunnen bellen, uiteraard). Heel schrijnend eigenlijk. In dit voorbeeld is het opnieuw de verpleegkundige die zich opoffert om technologie werkbaar te maken. Ik kan me niet voorstellen dat de verpleegkundigen in dit voorbeeld zijn betrokken bij de aankoop van nieuwe ICT. En dat is best vreemd, aangezien het doorgaans om grote investeringen gaat. In zulke gevallen zie je na de implementatie al snel een kloof ontstaan tussen de geleverde functionaliteiten en de daadwerkelijk benodigde functionaliteiten.  

Het gevolg hiervan is dat verpleegkundigen om de techniek heen gaan werken. Ze gaan bijvoorbeeld met hun eigen telefoon bellen en foto’s maken, omdat de gekozen software en devices deze functionaliteiten niet ondersteunen. Dit brengt vervolgens weer een heleboel nieuwe problemen met zich mee. Terwijl de oplossing zo simpel is; het personeel vroegtijdig betrekken bij de aankoop van nieuwe ICT. Het is misschien cliché maar nog steeds ontzettend actueel; de techniek moet de verpleegkundigen faciliteren in plaats van andersom.  

Het bordje is vol

Als ICT niet wordt afgestemd op de werkvloer, dan levert het onder aan de streep dus niet de gewenste winst op. Maar ook als dat wél het geval is, verlaagt het niet in alle gevallen de werkdruk voor verpleegkundigen. De extra tijd die vrijkomt wordt namelijk in beslag genomen door het verzorgen van nóg meer patiënten. Er is tenslotte een structureel personeelstekort door verloop en verzuim. Dit houdt die vicieuze cirkel in stand, want hierdoor blijven verpleegkundigen – die niet overspannen thuiszitten of weggaan – het (te) druk houden. 

Als we door betere inzet van technologie de vpk minder belasten neemt het ziekteverzuim door de werkdruk af, komt er ook minder verloop. Dus minder invallers, minder inwerken en daardoor efficiënter werken , ook door de verpleegkundige. Zodat er extra tijd  aan het bed mogelijk is.