Mei 2020 – door Liza Bruggeling (Brandveilig.com)
Dit artikel is verschenen op Brandveilig.com

Innovatie en regelgeving rondom brandveiligheid: strijd of balans?     

De brandveiligheid zal de komende tien jaar hoogstwaarschijnlijk enorm toenemen. De oorzaak: nieuwe technologische innovaties. Goed nieuws natuurlijk, maar werkt de Nederlandse regelgeving niet belemmerend?

Als er anno 2020 brand uitbreekt, klinkt het gesproken woord alarm voor iedereen hetzelfde. Maar de kans is groot dat dit over een jaar of tien is veranderd, volgens Gauke de Bruin-Spijkers, Portfolio Manager Enterprise, Safety & Security bij Ascom. “Nu hoor je alleen dat je het gebouw moet verlaten en de lift moet vermijden. Maar in de toekomst krijg je wellicht informatie die is toegespitst op jou. Je hoort dan iets als: ‘Verlaat je kamer en loop naar rechts. Ga niet via de kantine, want daar hangt rook’. En als je dan in beweging komt, wordt je op de vluchtroute gevolgd door Smart-sensoren. Deze sensoren weten waar en hoeveel personen er aanwezig zijn in het gebouw.

Drie sensoren versterken elkaar

Volgens De Bruin-Spijkers is dit geen gefantaseerd toekomstbeeld. “De meeste techniek is er al. En die techniek kan de brandveiligheid enorm verbeteren. Stel, je hebt drie sensoren: een rookmelder, een camera en een aanwezigheidsmelder. Die kunnen natuurlijk prachtig samenwerken: de rookmelder detecteert de eerste flarden rook, de camera bevestigt dat er inderdaad sprake is van brand, en de aanwezigheidsmelder detecteert nog enkele werknemers in het pand. Maar als elk van die sensoren een foutmarge heeft van bijvoorbeeld 2%, bedraagt de foutmarge van het systeem als geheel natuurlijk 6%. Wanneer je die drie functies dus kunt bundelen in één sensor, maak je het geheel een stuk veiliger. En dan heb ik het nog niet over alle data die de sensoren verzamelen. Bijvoorbeeld data over de manier waarop mensen zich in een gebouw verplaatsen. Daar kun je fantastische analyses op loslaten, en met behulp van die analyses kun je een gebouw veel effectiever ontruimen.”

Regelgeving

Stevenen we dus af op een brandveilige toekomst? De Bruin-Spijkers is optimistisch, maar hij ziet nog wel een potentieel struikelblok: regelgeving. “Het is heel lastig om ingewikkelde materie als brandveiligheid goed in regels vast te leggen. De Nederlandse inspecteurs zijn heel goed onderlegd, en denken ook met gebouweigenaren mee. Maar onze wetgeving is interpretabel, en je ziet dan ook dat er af en toe discussies ontstaan over de wet en de normen. Zeker als het gaat over gelijkwaardigheid en doelmatigheid van de innovaties.”

Een goed voorbeeld is volgens hem het gebruik van camerabeelden voor rookdetectie. Deze zijn nog niet goed verankerd in de regelgeving.  Nogmaals, in de regelgeving is bijna overal over nagedacht – maar toch kampten de beleidsmakers hier met de snelheid van nieuwe technieken merkonafhankelijk vast te leggen in de norm.

ascom-image-Innovaties en regelgeving rondom brandveiligheid

Noodzakelijk, maar vertragend

Maar begrijp hem goed: De Bruin-Spijkers keert zich absoluut niet tegen de regelgeving zelf. “Innovatie is mooi, maar je moet zeker weten dat de innovaties werkelijk functioneren en betrouwbaar zijn. En daarvoor is regelgeving absoluut noodzakelijk. Het is prima dat je multi-sensoren laat fabriceren in een Chinese fabriek, maar er moet wel regelgeving zijn om een minimaal veiligheidsniveau te handhaven.”

Regelgeving is dus hard nodig, maar heeft vaak een vertragend effect. De Bruin-Spijkers heeft dat ook ervaren. “Wij hebben bij de afdeling Brandveiligheid enkele puristen zitten, de mannen die ook lesgeven, en actief zijn in normcommissies. Daar ga ik regelmatig bij in de leer als ik mijn kompas wil ijken. De puristen van de normcommissie willen zich strikt aan de regels houden, maar om te kunnen innoveren worden af en toe de randjes opgezocht. Dat leidt soms tot discussie, en die discussie moet er ook zijn om een stap verder te kunnen komen. Ik ben razend nieuwsgierig of je datzelfde zult zien in het groot: dat de mensen achter de regels overeenstemming kunnen vinden met de mensen achter de innovaties. Ik hoop dat we ook op dit punt de balans kunnen bewaren.”